Geschiedenis

Van ziekenhuis tot woongemeenschap: de geschiedenis van de Gouden Bal

Ooit werden er zieken verpleegd. Nu wonen in het voormalige Diaconessenhuis de bewoners van woongemeenschap de Gouden Bal. Vele Leeuwarders hebben herinneringen aan het karakteristieke pand, omdat ze er ooit waren opgenomen, op bezoek zijn geweest of hebben gewerkt.

Meer dan 100 jaar
Het Diaconessenhuis heeft zo’n honderd jaar bestaan. Het werd in 1880 door Mattheus Teffer in eenvoudige vorm opgericht in de Bagijnestraat. Al snel groeide het uit zijn voegen en verhuisde het naar de Voorstreek. In 1894 kreeg het zijn definitieve plek aan de Noordersingel. Het ziekenhuisbestuur had hier drie jaar eerder een groot stuk grond gekocht en de architect Willem Cornelis de Groot gevraagd om samen met directeur Plet bouwplannen te ontwikkelen voor een nieuw ziekenhuis.


Van schipbreukeling tot weldoener

Hoe een schipbreuk kan leiden tot de stichting van een ziekenhuis, blijkt uit het  verhaal van Mattheus Teffer. Teffer, de zoon van een Leeuwarder schoenmaker, vertrok in 1855 als zendeling naar het Indonesische eiland Ambon. Toen hij om gezondheidsredenen terug moest naar Nederland, verging het stoomschip waarop hij voer. Tijdens de schipbreuk bad hij vurig en nam zich voor om, áls hij gered zou worden, een ziekenhuis te stichten in zijn geboorteplaats. Terug in Leeuwarden kocht hij in 1880 voor 3800 gulden een pand in de Bagijnestraat: het eerste Diaconessenhuis. Ter nagedachtenis aan de stichter is de gemeenschappelijke ruimte van de Gouden Bal Tefferzaal gedoopt.


Het Diaconessenhuis
De Groot zette zich aan de tekentafel en ontwierp een monumentaal hoofdgebouw van twee bouwlagen. Het was geheel ingericht voor de directie, de zusters en de huishouding. Boven een groot souterrain tekende De Groot op de begane grond de keukens en provisiekamers. Daarnaast kregen de vertrekken voor de directeur, een bestuurskamer en een theekamer er een plek. De verdieping telde 24 verblijven voor de ziekenzusters. Achter dit gebouw verrezen de operatieafdeling en twee verpleegvleugels. Hierbij werd een voor die tijd modern inzicht toegepast: op alle verpleegzalen moest licht en lucht vanuit het zuidwesten binnenkomen!

Door fusie opgedoekt
De fusie in 1982 tussen de drie Leeuwarder ziekenhuizen – Triotel, Bonifatius Hospitaal en Diaconessenhuis – betekende het einde van het Diaconessenhuis. Na ruim 100 jaar sloot het in 1987 zijn deuren. Een jaar later werd het hele complex aangekocht door aannemersbedrijf Visser uit Leeuwarden. Het statige hoofdgebouw moest, althans aan de buitenkant, intact blijven, zo stond in het verkoopcontract. Van binnen werd het grondig verbouwd tot acht moderne appartementen. Een paar jaar later verrezen in de tuin van het voormalige ziekenhuis twee flats met nog eens elk tien appartementen.

Een nieuwe bestemming: De Gouden Bal
Achter deze appartementengebouwen stond een voormalige verpleegafdeling die in verval was geraakt en waar ook al eens brand was geweest. De gemeente maakte zich sterk voor behoud van dit monumentale pand uit de jaren dertig in de stijl van de Amsterdamse School. Het werd uiteindelijk in 1992 het onderkomen van woongroep “De Gouden Bal”.

Samen wonen met privacy
De vereniging De Gouden Bal was vijf jaar daarvoor opgericht door een enthousiaste groep 50-plussers die met behoud van privacy in een groep wilden wonen. Zij klopten aan bij de Landelijke Organisatie Belangengroepen Huisvesting en Stichting Welzijn Ouderen met de vraag hen te helpen dit plan te realiseren. Ook vonden ze de Leeuwarder woningstichting Beter Wonen bereid mee te werken. Wat volgens de initiatiefnemers een gouden greep bleek, was een excursie langs bestaande groepswonen-projecten voor ouderen. Hier zagen de wethouder, ambtenaren, architect en corporatiemedewerkers met eigen ogen wat de bedoeling was en gaven ze hun volledige medewerking.

Gemeenschappelijke ruimte
De gemeente betaalde vervolgens het uitgebreide haalbaarheidsonderzoek en maakte met een bedrag van 80.000 gulden een gemeenschappelijke ruimte mogelijk. De ruimte, later Tefferzaal gedoopt, werd wel kaal opgeleverd, de woongemeenschap moest zelf voor de afwerking van de muren en plafonds zorgen.

Aldus geschiedde, en in 1992 werd de Gouden Bal geopend. Miep en Eli Denzler behoren tot de initiatiefnemers van het eerste uur en wonen – nu al bijna dertig jaar –  in de Gouden Bal.